Terug

Vloerverwarming?

VOORSCHRIFTEN bij gebruik van multiplank of tapis/parket op vloerverwarming

Hoe lang gaat een houten vloer mee?

Hieronder vindt u kort en bondig uitgelegd de zaken waar op gelet moet worden bij hout op vloerverwarming. In het algemeen zijn de ervaring met hout op vloerverwarming zeer goed. Er doen zich zeer weinig problemen voor!
Onder deze bondige uitleg vertellen wij over de geschiedenis van het ontstaan van vloerverwarming! 

Algemeen
Hout is en blijft een natuurproduct, dat gevoelig is voor schommelingen in de luchtvochtigheid. Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk een parketvloer te leggen op vloerverwarming. Voor de parketteur is het van belang te weten met welk systeem hij te maken heeft, zodat hij maatregelen kan treffen om zoveel mogelijk problemen te voorkomen. Het is dus uitermate belangrijk dat u ons de juiste informatie verschaft over het vloerverwarmingssysteem, alsmede de aanvullende instructies van de installateur van het vloerverwarmingsysteem. Een voorbeeld van deze informatie is warmte die het leiding water maximaal kan worden.Na installatie van de parketvloer is het vanzelfsprekend dat u de voorschriften nauwkeurig naleeft. Dit om te voorkomen dat de vloer iets gaat ‘kieren’ (vooral in het stookseizoen). Dit is normaal gedrag van een houten vloer en dient geaccepteerd te worden. Bij een juiste luchtvochtigheid zal dit zich weer langzaam herstellen. Hoe breder en dikker de delen  hoe groter de werking en dus hoe groter de naadvorming zal zijn. Bij extreme droogte kan scheurvorming ontstaan in de toplaag. Wanneer u de voorwaarden goed naleeft zal de kans op scheuren zeer klein zijn. Leeft u de voorwaarden slecht na dan is de kans groot op naden, en mogelijk nog ergere problemen. Heeft u een vloerverwarmingssysteem met vloerkoeling dan moet er een dampindicator-beveiliging aanwezig zijn. Als deze beveiliging niet aanwezig is, is het niet verstandig om een houten vloer of laminaat vloer te monteren. 

Houtsoorten
Niet alle houtsoorten zijn geschikt om op vloerverwarming te plaatsen. Nerveuze houtsoorten als beuken, maple, essen, robijn of jatoba worden afgeraden.Eiken en diverse hardhoutsoorten kunnen, mits aan de voorschriften worden voldaan, prima in combinatie met vloerverwarming gebruikt worden.

Systemen
Er bestaan verschillende vloerverwarmingsystemen, te onderscheiden in natte systemen (waarbij de waterleidingen op de betonnen constructievloer liggen en zijn ingegoten in de werkvloer, de zogenaamde LTV) (de opbouw van de stortvloer bovenop de leidingen van het vloerverwarmingsysteem moeten minimaal 4-6 cm zijn en een gegalvaniseerd betonnetje bevatten), en droogbouwsystemen (waarbij de leidingen los liggen, bijv. elektrische systemen). Deze warmwater-systemen kunnen als hoofdverwarming of bijverwarming worden gebruikt. Daarnaast bestaan er elektrische systemen, die meestal als bijverwarming functioneren. 

Risico’s
De minste problemen zullen ontstaan als de temperatuurverschillen zo klein mogelijk zijn. De maximale temperatuur van de bovenkant van de bestaande vloer (vaak dus de zandcement dekvloer) mag niet hoger worden dan 27 graden celsius en lager dan 15 graden celsius. De bovenkant van de leidingen dienen minimaal 4 cm onder het oppervlak van de bestaande vloer te liggen. De luchtvochtigheid in de betreffende ruimtes moet tussen de 50% en 65% blijven en de vloer die u uit kiest mag niet breder zijn dan ca. 18cm. Als de vloer breder is is de kans iets groter op lengte scheurtjes bij extreme droogte. Houdt u de luchtvochtigheid goed op peil, dan heeft u daar geen last van. (Sommige zandcement dekvloeren moeten een gegalvaniseerd krimpnetje bevatten, hangt af van de toegepaste oplossingen)
U bent verantwoordelijk voor het nakomen van bovenstaande!  

Bij hoofdverwarming  bestaan er twee belangrijke oorzaken die voor problemen kunnen zorgen:
1) De temperatuur.
Vooral bij warmwatersystemen bestaat het risico dat het water in de leidingen zo hoog wordt opgestookt, dat er onherstelbare schade aan de parketvloer ontstaat. Het water in de vloerverwarmingsbuizen mag niet warmer worden dan 40 graden celcius en lager dan 15 graden celsius (belangrijk indien u ook een koelsysteem heeft in combinatie met vloerverwarming). We wijzen u er nadrukkelijk op om de minimale werkvloer-temperatuur niet lager dan 15 graden celsius, en de maximale werkvloer-temperatuur van 27 graden celsius niet te overschrijden. Wij bedoelen de temperatuur aan de bovenkant van de bestaande vloer gemeten! De temperatuur aan het begin van het stookseizoen dient u héél langzaam op te voeren, en aan het einde van het stookseizoen dient u het verwarmingsysteem weer héél langzaam af te bouwen. Deze maximale- en minimale temperatuur moet de installateur instellen. Belangrijk in dit kader is dat de installateur voldoende meters vloerverwarmingsbuizen aanbrengt opdat de installateur met deze maximale temperatuur van 40 graden celcius van het water in de buizen, het systeem wel voldoende vermogen heeft om de woning warm te stoken. Hier moet de installateur een berekening voor maken.
2) De luchtvochtigheid.
We kunnen het niet vaak genoeg zeggen! Het is uitermate belangrijk dat de luchtvochtigheid op peil wordt gehouden, tussen de 50 en 65%. In de praktijk betekent dit wellicht dat er in het vochtige seizoen een luchtontvochtiger gebruikt moet worden en in het droge seizoen (stookseizoen) een luchtbevochtiger. Dit vergt weliswaar een extra investering maar verlengt de levensduur van uw mooie parketvloer. Daarnaast zult u merken dat een gezond klimaat in de woning veel prettiger aanvoelt. 

Instructies 

Opstookprotocol van het vloerverwarmingssysteem in een zandcementdekvloer vóór installatie van de parketvloer
Het vloerverwarmingssysteem moet gelegd zijn volgens het bouwbesluit.Het opstookprotocol moet worden uitgevoerd als u een nieuw vloerverwarmingssysteem heeft. Meestal heeft u dan ook een nieuwe zand/cement dekvloer geleverd gekregen waar het vloerverwarmingssysteem in is gelegd. Het komt ook voor dat een vloerverwarmingssysteem wordt aangebracht in een bestaande zand/cement dekvloer (ingefreesd). Onderstaande opstookprotocol is bedoelt voor een nieuwe zand/cement dekvloer met daarin een nieuw vloerverwarmingssysteem.Om het maximaal toelaatbare restvocht percentage in de zandcement werkvloer te bereiken handelt u als volgt:
  • De temperatuur van het water in buizen van het vloerverwarmingssysteem mag niet warmer worden dan 40 graden celcius. (Uitzonderingen daar gelaten. Bijvoorbeeld een ingefreesde vloerverwarming in een bestaande betonvloer. Daarbij mag de watertemperatuur nooit hoger zijn dan 26 graden celsius, vraag Holtz!)
  • de zandcement werkvloer dient minimaal 21 dagen oud te zijn bij een dikte van de zandcementdekvloer van 4cm. Is de vloer de zandcementdekvloer 5 cm dik, dan moet 28 dagen worden gewacht etc.;
  • watertemperatuur moet vanaf dag 1 met 5 graden C per 24 uur verhoogd worden;
  • dit aanhouden tot de maximale temperatuur van het vloerverwarmingsysteem is bereikt;
  • deze maximum temperatuur 24 uur per centimeter werkvloerdikte aanhouden;
  • het afbouwen van de maximale watertemperatuur dient eveneens met 5 graden C per 24 uur te gebeuren;
  • de totale opstookprocedure moet minstens 14 dagen in beslag nemen (uitzonderingen zoals bij een ingefreesde vloerverwarming in een bestaande betonvloer daar gelaten; vraag Holtz!). Gedurende dit proces is het van groot belang dat u de ruimte voortdurend goed ventileert;
  • na deze procedure komt de parketteur het restvochtpercentage van de zandcement werkvloer meten. Deze mag maximaal tussen de 1,5% en 1,8% cm liggen. Is het percentage nog te hoog, dan dient de hele procedure nogmaals uitgevoerd te worden en kan er dus niet begonnen worden met de legwerkzaamheden. Als u de vloer zelf gaat leggen, zorg dan zelf voor een goede vochtmeting. 


Opstookprotocol van het vloerverwarmingssysteem in een anhydrietdekvloer vóór installatie van de parketvloer
Het opstookprotocol is nagenoeg het zelfde als bij een vloerverwarmingssysteem in een zandcementdekvloer. Het verschil zit hem voornamelijk in de droogtijd van de dekvloeren.

Droogtijd dekvloeren

De gewenste betonvocht percentages liggen bij de verschillende dekvloeren anders. Bij anhydriet mag het restvocht percentage niet hoger zijn dan 0.3 % cm. Het drogen van de anhydriet vloer verloopt anders dan bij een zandcementdekvloer. Een grove vuistregel bij een zandcementdekvloer is 1 week per 1 cm dekvloer. Een anhydriet dekvloer droogt in de eerste weken op dezelfde manier als een zandcementdekvloer, maar de laatste weken droogt hij langzamer. In totaal is de droogtijd van een anhydriet vloer circa de helft langer dan de droogtijd van een zandcementdekvloer. Het blijven vuistregels. De enige goede manier om te weten of de dekvloer goed droog is is meten!


Tijdens en direct na de legwerkzaamheden
- de oppervlaktetemperatuur van de zandcement werkvloer mag niet hoger zijn dan 15 tot 18 graden C. Over het algemeen is het verstandig om de vloerverwarming 2 dagen voor het beginnen met de legwerkzaamheden uit te zetten. Deze temperatuur vervolgens minimaal 5 dagen na het leggen aanhouden;
-vijf tot zes dagen nadat de vloer is gelegd dient u het opstookprotocol weer uit te voeren op dezelfde wijze als de eerste keer. 

In het gebruik
-de oppervlaktetemperatuur van de zandcement werkvloer mag maximaal 27 graden Celsius en minimaal 15 graden Celsius bedragen (de leverancier van de vloerverwarming moet u vertellen hoe u dit kunt bereiken). Wanneer deze waarde hoger of lager wordt ontstaat of kan  onherstelbare schade ontstaan aan de parketvloer; Indien dit onverhoopt gebeurt is altijd even informeren bij Holtz. Vaak kan het probleem opgelost worden door zeer langzaam het vloerverwarmingssysteem weer aan te zetten en de temperatuur op te voeren.
-luchtvochtigheid op peil houden (tussen 50% en 65%);
-onderhoudsprodukten bij voorkeur niet in het stookseizoen aanbrengen;
-aan het eind van het stookseizoen de temperatuur weer zéér geleidelijk en langzaam afbouwen;
-geen verschil in dag- en nachttemperatuur creëren om de parketvloer zo stabiel mogelijk te houden (dit heeft geen effect op het energieverbruik);
-bij voorkeur geen karpetten of andere kleden op de vloer plaatsen (dit zorgt plaatselijk voor meer warmteophoping)
-gaat u op vakantie dan geldt het zelfde als boven beschreven. Liever niet lager zetten, en anders met beleid als boven beschreven. 

Strengere norm
Mochten de instructies van de leverancier van het houtproduct ofwel de leverancier van de vloerverwarming of aannemer anders zijn, houdt u zich dan altijd aan de meest strenge norm. 

Verantwoordelijkheid
Het is onze verantwoordelijkheid dat er een prachtige vloer bij u wordt gelegd. Echter het blijvende resultaat is afhankelijk van het naleven van de voorschriften zoals hierboven omschreven. Dit valt onder uw verantwoordelijkheid. Wanneer deze regels nauwkeurig worden opgevolgd zult u nog jaren plezier hebben van een prachtige houtenparketvloer. Bij nauwkeurig naleven van de regels creëert u een hele stabiele omgeving voor de vloer en is de kans op problemen zeer klein.

Aarzel niet bij vragen of opmerkingen met ons contact op te nemen!
 


Informatie Algemeen  

Veel nieuwbouwwoningen worden opgeleverd met vloerverwarming/koeling. In deze gevallen heeft de aannemer rekening gehouden met de mogelijkheid dat er houten vloeren worden geplaatst op de betonvloeren (Checken is verstandig). Er moet bij een vloer met vloerkoeling een dampindicator beveilinging aanwezig zijn die ervoor zorgt dat er geen damp omslaat in vocht.  

Vaak ook willen mensen een vloerverwaringssysteem plaatsen in een vloer waar geen vloerverwarming inzat bij oplevering. Dan moeten de leidingen worden ingefreesd. Dit gebeurt heel regelmatig. Dan kunt u daarna de houten vloer verlijmen.

Er zijn ook situaties dat u al vloerverwarming heeft, maar dat er tegels op de vloer liggen. Het vloerverwarmingssysteem kan al wat ouder zijn en daarom misschien niet geschikt voor de combinatie met houten vloeren. Laat dit door een installateur controleren. Vaak is plaatsing van een houten vloer op een dergelijke vloer goed mogelijk blijkt uit eigen ervaring. 

Geschiedenis ontstaan vloerverwarming
Verwarmingssystemen in nieuwbouw en monumentale gebouwen.
Gechiedenis.
De eerste vorm van vloerverwarming stamt uit de tijd van de Oude Romeinen. Zij hadden in de eerste eeuw vóór Christus al een systeem om de vloer te verwarmen. Dit systeem werkte als volgt: Buiten het gebouw werd een vuurruimte geplaatst, deze was met de kelder van het gebouw verbonden door een ondergronds stenen kanaal. De verbrandingsgassen werden via dit kanaal onder de vloer gebracht en de warmte werd in de stenen opgeslagen.

Een andere manier om de vloer te verwarmen werd geintroduceerd in Frankrijk. In het Parijse beursgebouw (1808-1826) werd een vloerverwarming werkende op stoom geinstaleerd. Het verwarmen van ruimtes door middel van opgewarmd water werd steeds populairder en in Nederland vanaf de jaren '30 van de vorige eeuw steeds vaker als hoofdverwarming gebruikt.

Pas als in de jaren 70 van de 20e eeuw de isolatie verbetert, neemt het gebruik van vloerverwarming toe, met name in moderne gebouwen.Er bestaan drie verschillende vloerverwarmingssysyemen.
De eerste is de toepassing van de oude Romeinen, de verwarming met behulp van warme lucht. De tweede is een systeem dat werkt op elektriciteit en bij het derde systeem wordt de warmte afgegeven door de temperatuur van het water. Het laatste systeem wordt het meeste toegepast.
Behalve in nieuwbouwwoningen worden er ook vloerverwarmingssystemen in oude gebouwen geplaatst tijdens renovaties en restauraties. Ook in deze situaties wordt eigenlijk uitsluitend gebruik gemaakt van vloerverwarmingen op basis van warm water.

De opwekking van warmte gebeurt bij deze toepassing in grote warmwaterketels waar het water wordt opgewarmd tot ongeveer 40 graden. Dit water wordt de leidingen ingepompd en komt terug bij de ketel met een warmte van 30 graden. De capaciteit van de ketels wordt bepaald aan de hand van de behoefte aan warmte, en de benodigde warmte voor de aanvullende verwarmingssytemen (cv). Met behulp van transmissie- en ventilatieberekeningen is de hoeveelheid energie te bepalen die per tijdseenheid voor een ruimte nodig is om deze tot een bepaalde temperatuur te verwarmen. Vanuit de ketel wordt het warme water verdeeld over verschillende groepen. Dit om ervoor te zorgen dat de warmte zo gelijkmatig mogelijk verdeeld wordt. Hoeveel groepen nodig zijn wordt bepaald door de grote van de ruimte en de manier waarop de buizen verdeeld worden over de ruimte. Er wordt nooit meer dan 200 meter aan buizen achter elkaar gelegd.
Het buizenpatroon moet zo min mogelijk bochten bevatten. Ook moet erop gelet worden dat de buizen met hoge aanvoertemperaturen in de koudere zones worden ingebracht (bij een raam met enkel glas).

Het regelen van de temperatuur kan op twee verschillende manieren gebeuren. Ten eerste is er het systeem dat wanneer de buitentemperatuur afneemt, de temperatuur van het water toeneemt. Verder is er de ruimtetemperatuursregeling: De temperatuur van het water wordt dan verhoogd op het moment dat de temperatuur in de te vervarmen ruimte lager is. Voor vloervervarming mag de watertemperatuur nooit hoger zijn dan 40 graden. Voor gewone cv geldt een maximum van 80 graden. Voor de vloervervarming moet water uit een koudere afvoerleiding daarom worden bijgemengd.

De eerste toepassing van vloerverwaming in een Nederlandse kerk is die van de Grote Kerk in Leeuwarden. Vaak komen bij het plaatsen van vloerverwarmingen in monumentale gebouwen allerlei complicaties voor. 

Bij nieuwbouwhuizen worden de buizen voor vloerverwarming in de cement dekvloer ingebracht. Bij oude gebouwen is het aanbrengen van vloerverwarming echter vaak een grote onderneming. De hele oude vloer moet vervangen worden. Vooral bij monumentale gebouwen is dit een probleem omdat de vloer deel uitmaakt van het monument. Bovendien zijn de kosten vaak erg hoog. Ook zijn deze monumentale panden vaak slecht geisoleerd en te groot en hoog om een goede temperatuur te handhaven. De vloervervarming heeft enkele uren tot dagen nodig om op temperatuur te komen. En als deze op temperatuur is, is het niet gezegd dat deze de gehele warmte op temperatuur kan houden. Wordt de temperatuur naar een maximum gedreven, dan komt er een nieuw probleem bij; de luchtstroom neemt toe. Het verschil in temperatuur tussen muur en vloer wordt dan zo groot dat de luchtsnelheid toeneemt. Hierdoor kan het extra tochtig gaan aanvoelen in de ruimte. 

Kristalisering

Door het aanleggen van een vloerverwarming wordt de vochtdoorlatendheid van de vloer zeer beperkt. De vloer laat vocht uit de onderliggende grond niet meer door, terwijl dit eerst door de kieren van de stenen (in monumentale panden) doorgelaten werd. Het vocht uit de grond gaat een andere weg zoeken en komt langs kolommen en muren omhoog. Dit water zal uiteindelijk aan het oppervlak gaan verdampen en zout achterlaten. De zouten zullen gaan kristaliseren en betegelingen en beschilderingen kunnen ernstig beschadigd worden. Dit proces wordt versneld als er behalve vloerverwarming ook een aanvullend warmtesysteem aanwezig is; dit versnelt het verdampingsproces.

Doordat de relatieve luchtvochtigheid in de ruimte daalt gaan hout en baksteen vocht afstaan aan de ruimte. Hierdoor krimpen deze materialen. Als dit proces te ver gaat (vaak wordt de vloerverwarming constant gestookt omdat het zo lang duurt voordat de betonvloer weer op temperatuur is nadat deze heeft uitgestaan) kunnen deze materialen gaan scheuren.
Een voordeel van vloerverwarming is monumentale gebouwen (en gebouwen in het algemeen) is dat de kans op schimmelvorming afneemt. 

Een vloerverwarmingsinstalatie heeft, zeker in goed geisoleerde gebouwen, diverse voordelen die vaak opwegen tegen de nadelen. Bij monumentale gebouwen kan dit anders liggen zoals hierboven is beschreven. Hieronder vindt u een overzicht van de voor- en nadelen van vloerverwarming.

Voordelen:
- Minder luchtbeweging en daarmee minder stofverplaatsing.
- Gelijkmatige temperatuur zowel in het horizontale als in het verticale vlak.
- Er bestaat een mogelijkheid tot ruimtekoelen.
- Radiatoren niet in het zicht.
- Warmtebron met lage aanvoerstemperaturen en gebruik van restwarmte.
- Hoog termisch comfort.

Nadelen:
- Veranderingen in later stadium niet mogelijk.
- Traag systeem, moeilijk regelbaar.
- Relatief hoge installatie en bouwkundige kosten.
- In grote, hoge ruimten (zoals kerken) kans op tocht.
- Kans op uitdroging van meubulair, vooral in kerken.

De twee laatstgenoemde nadelen gaan vooral op voor monumentale gebouwen. Waarbij ook het vervangen van de oude vloer vaak een probleem is omdat deze deel uitmaakt van het monument.