Hout Informatie
Klik hier voor: De Hout Informatie Woordenlijst Handige Aankooptips
Klik hier voor: De Hardheid index van vele houtsoorten
klik hier voor: De levensduur van laminaat en houten parket vloeren
Onder de tekst staat een overzicht met beschrijving van zeer veel Houtsoorten!!!
Wat is hout?
Dit lijkt een onlogische vraag, maar ik denk dat weinig mensen die hout als materiaal gebruiken voor hun vak of die het simpel weg alleen gebruiken (bijvoorbeeld een eettafel) nadenken over de samenstelling ervan. Hoe wordt hout gemaakt? Lees verder na onderstaand overzicht van de voorkomende houtsoorten.
Klik hier voor algemene info Vloeren Leggen en Afwerken
Hieronder staan vele houtsoorten met de beschrijvingen en kenmerken van de houtsoorten. De houtsoorten staan op alfabetische volgorde.
Gebruik de snel zoektoets! Toets in op uw toetsenbord Ctrl-f .
- Abechi Triplochiton Scleroxylon
- Abarco Cariniana Brasiliensis
- Abura Mitragyna Ciliata
- Afrikaans Grenadille Dalbergia Melanoxylon
- Afrormosia Pericopsis Elata
- Afzelia Leguminosae
- Alaskaceder Chamaecyparis Nootkatensis
- Albizia Lebbeck
- Alerce Fitzroya Cupressoides
- Alone Rhodognaphalon Brevicuspe
- Amburana Cearensis
- Amerikaans Berken Betula Alleghaniensis
- Amerikaans Beuken Fagus Grandifolia
- Amerikaans Essen Fraxinus Americana
- Amerikaans Iepen Ulmus Americana
- Amerikaas Noten Juglans Nigra
- Amerikaanse Kastanje Castanea Dentata
- Amerikaans Kersen Prunus Serotina
- Amerikaans Kornoelje Cornus Florida
- Amerikaans Lariks Larix Occidentalis
- Amerikaans Linden Tilia Americana
- Amerikaans Mahonie Swietenia Macrophylla
- Amerikaans Rood Eiken Quercus Rubra
- Amerikaans Wit Eiken Quercus Alba
- Angelim Vermelho Dinizia Excelsa
- Aniegre Aningeria Robusta
- Appel Malus Sylvestris
- Araucaria Cunninghamii
- Aspen Populus Tremuloides
- Atlantic White Cedar, Chamaecyparis Thyoides
- Australische Acacia Melanoxylon
- Autralian Red Mahogany Eucalyptus Resinifera
- Avodire Turraeanthus Africanus
- Azijnhout Quercus ilex
- Azobe Lophira Alata
- Bahia Rozenhout Dalbergia Frutescens
- Balau Shorea Atrivernosa
- Balsa Ochroma Pyramidale
- Basralocus Dicorynia Guianensis
- Beuken Fagus Sylvatica
- Bilinga Nauclea Diderrichii
- Bintangor Calophyllum Inophyllum
- Blue Gum Eucalyptus Globulus
- Bodo Detaruim Senegalense
- Bollywood Litsea Glutinosa
- Bomanga Brachystegia Laurentii
- Bonkonko Antiaris Africana
- Bruinhart Vouacapoua Americana
- Bubinga Guibourtia Demeusei
- Buxus Sempervirens
- Californisch Laurier
- Canadees Iepen Ulmus Thomasii
- Castano Castanospermum Australe
- Ceder Cedrela Fissilis
- Cedrorana Cedrelinga Catenaeformis
- Celery-Top Pine Phyllocladus Rhomboidalis
- Citroeneucalyptus Maculata Of Citrodora
- Coachwood Ceratopetalum Apetalum
- Cocobolo Dalbergia Retusa
- Cocospalm Cosos Nucifera
- Cocus Brya Buxifolia
- Coigue Nothofagus Dombeyi
- Coromandel Diospyros Celebica
- Cottonwood Populus Deltoides
- Cumaru Dipteryx Odorata
- Dabema Piptadeniastrum Africanum
- Danta Nesogordonia Papaverifera
- Degame Calycophyllum Candidissimum
- Demerara Groenhart Ocotea Rodiaei
- Dennen Abies Alba
- Dibetou Lovoa Trichiliodes
- Durian Coelosegia
- Ebben Diospyros
- Elzen Alnus Glutinosa
- Engels Iepen Ulnus Procera
- Esdoorn Acer Platanoides
- Essen Fraxinus Excelsior
- Essessang Ricinodendron Heudelotii
- Essia Petersianthus Macrocarpus
- Eyong Eribroma Oblonga
- Europees Berken Betula Pendula
- Europees Eiken Quercus Robur
- Europees Grenen
- Europees Grenen Pinus Sylvestris
- Europees Lariks Larix Decidua
- Europees Platanen Platanus Hybrida
- Framire Terminalia Ivorensis
- Frans Grenen Pinus Pinaster
- Freijo Cordia Goeldiana
- Fuma Ceiba Pentandra
- Geronggang Cratoxylum Arborescens
- Gewone Esdoorn Acer Pseudoplatanus
- Giam Hopea Nutans
- Goncalo Alves Astronium Fraxinifolium
- Gouden Regen Laburnum Anagyroides
- Guanacaste Entrelolobium Cyclocarpum
- Haagbeuken Carpinus Betulus
- Hemlock Tsuga Heterophylla
- Hickory Carya
- Hollands Iepen Ulmus Hollandica
- Hulst Ilex
- Huon Pine Lagarostrobos Franklinii
- Iepen Ulmus
- Igaganga Dacryodes
- Ilomba Pycnanthus Angolensis
- Imbuia Phoebe Porosa
- Incense Cedar Calocedrus Decurrens
- Indisch Laurier Terminalia Alata
- Indisch Palissander Dalbergia Latifolia
- Iroko Chlorophora Excelsa
- Izombe Testulea Gebonensis
- Jacaranda Pardo Machaerium Villosum
- Jacareuba Calophyllum Brasiliense
- Japans Eiken Quercus Mongolica
- Japans Essen Fraxinus Mandschurica
- Japans Lariks Larix Kaempferi
- Japanse Esdoorn Acer Palmatum A. Mono
- Jarrah Eucalyptus Marginata
- Jelutong Dyera Costulata
- Kanda Beilschmieda Congolana
- Kapur Dryobalanops Aromtica
- Karri Eucalyptus Diversicolor
- Kastanje Castanea Sativa
- Kauri Agathis Dammara
- Kauri Agathis
- Kembang Semangkok Sacphium Affine
- Kempas Koompassia Malaccensis
- Kersen Prunus Avium
- Keruing Dipterocarpus
- Khaya Ivorensis
- Koa Acacia Koa
- Kopie Goupia Glabra
- Kosipo Entansrophragma Candollei
- Koto Pterygota Bequaertii
- Krappa Carapa Guinanensis
- Kwarie Vochysia Densiflora
- Lati Amphimas Pterocarpioides
- Letterhout Piratinera Guianensis
- Libanonceder Cedrus Libani
- Limba Terminalia Superba
- Limbali Gilbertiodendron Dewevrei
- Linden Tilia Vulgaris
- Locus Hymenaea Courbaril
- Lodgepole Pijnboom Pinus Contorta
- Macacauba Plathymiscum Pinnatum
- Madrona Arbutus Menziesii
- Magnolia Grandiflora
- Maho Couratari Fagifolia
- Makore Tieghemella Heckelii
- Manbarklak Eschweilera Longipes
- Mangeao Litsea Calicaris
- Manio Podocarpus Nubigenus
- Mansonia Altissima
- Massaranduba Manilkara Bidentata
- Matakki Symphonia Globulifera
- Matoa Pometia Pinnata
- Mengkulang Heritiera Javanica
- Meranti Shorea Faguentiana
- Merbau Intsia Bijuga
- Mersawa Anisoptera Laevis
- Mesquite Prosopis Juliflora
- Moabi Baillonella Toxisperma
- Moerascipres Taxodium Distichum
- Mora Excelsa
- Movingui Distemonanthus Benthamnianus
- Muhuhu Brachyleana Hutchinsii
- Mukulungu Autranella Congolensis
- Muninga Pterocarpus Angolensis
- Mutenye Guibourtia Arnoldiana
- Myrtle Nothofagus Cunninghamii
- Naga Brachystegia Cynometroides
- Niangon Heritiera Utilis
- Niove Staudtia Stipitata
- Noten Juglans Regia
- Nyatoh Payena
- Ogea Daniellia
- Okan Cylicodiscus Gabunensis
- Okoume Aucoumea Klaineana
- Olijfhout Olea Europaea
- Oost Afrikaans Olijfhout Olea Hochstetteri
- Oregon Pine/Douglas
- Osage-Doorn Maclura Pomifera
- Ovangkol Guibourtia Ehie
- Paarde Kastanje Aesculus Hippocastanum
- Panga Panga Millettia Stuhlmannii
- Papierberken Betula Papyrifera
- Palissander Dalbergia Cearensis
- Parana Pine Araucaria Angustifolia
- Pau Marfim Balfourodendron Riedelianum
- Peren Pyrus Communis
- Pernambuco Ceasalpinia Echinata
- Peroba Rosa Aspidosperma
- Persimmon Diospyros Virginiana
- Podo Podocarpus Gracilior
- Pokhout Guaiacum Officinale
- Ponderosa Pine
- Populieren Populus
- Port Orford Cedar
- Possentrie Hura Creptitans
- Primavera Tabebuia
- Pukatea Laurelia Novae-zelandiae
- Purperhart Peltogyne Venosa
- Quarubarana Erisma Uniciatum
- Queensland Endrianda Palmerstonii
- Queensland Maple Flindersia Brayleyana
- Querbracho Schinopsis
- Radiata Pine
- Ramin Gonystylus Macropyllum
- Rata Metrosideros Robusta
- Red Alder Alnus Rubra
- Red Beech Nothofagus Fusca
- Rewarewa Knightia Excelsa
- Rhodesian Teak Baikiaea Plurijuga
- Rimu Dacrydium Cupressinum
- Rio Palissander Dalbergia Nigra
- Robinia Pseudoacacia
- Rode Gomboom Eucalyptus Camaldulensis
- Rode Kabbes Andira Coriacea
- Rubberwood Hevea Brasiliensis
- Ruw Iepen Ulmus Glabra
- Saligna Gum Eucalyptus Salinga
- Sapeli Entandrophragma Cylidricum
- Sapupira Hymenolobium Excelsum
- Sassafras Officinale
- Satijnhout Chloroxylon Swietenia
- Satijnhout Zanthoxylum Flavum
- Satijnnoten Liquidambar Styraciflua
- Sen Kalopanax Pictus
- Sepetir Sindora
- Sequoia Sempervirens
- Silky Oak Cardwellia Sublimis
- Silver Ash Flindersia Schottiana
- Silver Beech Nothofagus Menziesii
- Sipo Entandrophragma Utile
- Sitka Spruce Picea Sitchensis
- Soemaroepa Simaruba Amara
- Southern Pine Pinus Palustris
- Stinkhout Ocotea Bullata
- Sucupira Bowdichia
- Sugar Pine Pinus Lambertiana
- Sugi Cryptomeria Japonica
- Suiker Esdoorn A Nigrum
- Surinaams Groenhart Tabebuia Serratifolia
- Tabaca Samanea Saman
- Tamme Kastanje Castanea Sativa
- Tali Erythrophleum Ivorense
- Tasmaans Eiken Eucalyptus Delegatensis
- Tatajuba Bagassa Guiaensis
- Taxus Baccata
- Teak Tectona Grandis
- Thuya Wortelhout Tetraclinis Articulata
- Tiama Entandrophragma Angolense
- Tola Branca Gossweilerodendron Balsamiferum
- Tulpenboomhout Liriodendron Tulipifera
- Veldesdoorn Acer Campestre
- Vederesdoorn Acer Negundo
- Vinhatico Plathymenia Reticulata
- Virginisch Ceder Juniperus Virginiana
- Virola
- Vuren Picea Abies
- Wenge Millettia Laurentii
- Western Hemlock Tsuga Heterophylla
- Western Red Cedar Thuja Plicata
- Weymouth Pinus Strobus
- White Lauan Shorea Contorta
- Wilgen Salix
- Wit Noten Juglans Cinerea
- Witte Esdoorn Acer Rubrum A. Saccharinum
- Witte Pijnboom Pinus Monticola
- Zapatero Gossypiospesmum Praecox
- Zebrano Microberlinia Brazzavillensis
- Ziricote Cordia Dodecandra
- Zwepenboom Celtis Occidentalis
Zoals alle groene Planten maken bomen het materiaal voor de groei van hun bladeren doormiddel van Fotosynthese. Dit is een ingewikkelde chemische reactie, waarbij energie uit het zonlicht wordt gehaald door kooldioxide uit de lucht en water uit de grond om te zetten in suikers. De reactie vindt plaats in het chlorofyl, het bladgroen. Zeer kleine openingen in het blad, de stomata of bladmondjes, maken dat het kooldioxide diret binnenkomt.
Echter, water moet een lange weg afleggen van de wortels naar de bladeren voordat de fotosynthese plaatsvindt. Het wordt door de haarwortels de wortels in getrokken, door middel van osmose. Osmose is de stroom van 1 bestanddeel van een ooplossing door een membraam, terwijl andere bestanddelen worden verhinderd hierdoor te stromen. Het water bevat een oplossing van zout en andere elementen die noodzakelijk zijn voor leven, zoals stikstof, kalium en fosfor, en kleinere hoeveelheden ijzer, magnesium, colcium, natrium, sulfaat en andere spoorelementen. he sap stroomt door het spinthout of xyleem naar de kruin. Naast de toevoer van sap naar de boomkruin zorgt hout ook voor de kracht die nodig is om de kruin te kunnen dragen en slaat het het voedsel op dat door de bladeren wordt gevormd. Dit voedsel wordt in een oplossing van de bladeren naar alle delen van de boom verspreid door het bastweefsel of floeem en wordt door de boom gebruikt voor om te groeien.
Nieuw hout wordt gevormd door het cambium, dat een speciale cellaag tussen het xyleem en het floeem is. Het cambium omvat alle levende delen van de boom en tijdens perioden van actieve groei delen de cambiumcellen zich om nieuwe houtcellen aan de binnenkant en floeemcellen aan de buitenkant te produceren. Hierdoor vormt nieuw hout zich rondom de bestaande houtkern. Als deze groei volgens de seizoenen gebeurt, zoals in gematigder gebieden of tijdens perioden van droogte, ontstaan de bekende jaarringen. Het is interessant om op te merken dat als de groei doorlopend is, zoals doorgaans het geval is in tropische gebieden, er meestal geen afzonderlijke jaarringen worden geproduceerd.
In het houtweefsel of spinthout, dat het meest recent gevormde hout is,
vinden twee belangrijke processen plaats: het transport van sap en de
opslag van voedsel. naarmate de boom groeit, raakt de binnenste laag
van het houtweefsel echter zo ver verwijderd van het actieve
groeigebied dat het weefsel ophoudt te functioneren en de cellen een
chemische verandering ondergaan en kernhout worden. De nieuwe
substantie die door deze verandering ontstaat, geeft kernhout zijn
kenmerkende kleur en vorm.
Celstructuur
Hout kan worden omschreven als een natuurlijk materiaal met een
samengestelde structuur van cellulosevezels die worden aaneengehecht
door lignine is hout een losse bundel vezels: zonder cellulose is het
een poreuze spns van lignine. Naast de kernbestanddelen van cellulose
en lignine bevatten de houtcellen nog water en veel spoorelementen en
mineralen.
Een algemene kennis van de celstructuur van hout helpt de houtbewerker bij het verklaren van de diverse eigenschappen van verschillende houtsoorten en hoe deze houtsoorten te bewerken zijn, hoe ze bol of hol trekken, krimpen en bij gebruik werken. In tegenstelling tot veel andere materialen die worden gebruikt voor de bouw en voor meubelen is hout hygroscopisch, wat wil zeggen dat het vocht absorbeert en afgeeft. het drogen van hout is een proces waarvan iedere houtbewerker zich bewust moet zijn. Maar er moet bij het werken met hout en het plannen van een project altijd rekening mee houden dat hout steeds vocht kan blijven opnemen, vooral als het niet gedicht is: Hierdoor kan het uitzetten. De houten buitendeur die met vochtig weer klemt, maar met droog weer gemakkelijk open gaat, is een bekend voorbeeld van werking van hout. De aard en de mate van de werking wordt bepaald door de celstructuur van het hout. Zachthout heeft een minder ingewikkelde celstructuur dan hardhout en daarom moeten deze twee soorten apart worden besproken.
Celstructuur van Zachthout
Zachthout heeft twee soorten basiscellen. Ongeveer 95 % bestaat uit lange vezels in de lengte van de stam, de tracheiden. Dit zijn een soort buisjes die aan beide kanten spits eindigen. In elke celwand bevinden zich echter kleine gaatjes of putjes waardoor het sap door de vezel kan stromen. De afmeting en vooral de diameter van deze cellen bepaalen de nerf van het hout en zijn dus uiteindelijk kwaliteiten en gladheid. De overige 5% zijn houtstraalcellen die radiaal vanuit het hart naar buiten lopen en sap horizontaal vervoeren. Sommige zacht houtsoorten, zoals lariks, douglas spar en spar, kunnen ook harsgangen hebben, die bij de houtbewerker tot irritaties kunnen leiden, maar in de levende boom als bescherming dienen, omdat ze hars transporteren naar gewonde of beschadigde delen van de boom.
Celstructuur van hardhout
De celstructuur van hardhout is veel ingewikkelder dan die van
zachthout. Hardhout heeft meer verschillende soorten cellen, namelijk
houtvaten, houtvezels, parenchymcellen of opslagcellen, en
houtstraalcellen die door parenchymcellen worden gevormd. De onderlinge
verhouding van deze cellen verschilt van boom tot boom. De vezels van
hardhout zijn over het algemeen korter dan die in zachthout.
Houtvaten komen alleen in hardhout voor. Ze vormen een soort
doorlopende pijpleiding van boven op elkaar gelegen cellen, zodat sap
kan worden getransporteerd. De wanden zijn betrekkelijk dun en de
diameter is tamelijk groot. De indeling van deze vaten bepaalt de aard
van de specifieke houtsoort en daarmee de strerkte, droog- en
bewerkingsnemerken en het uiterlijk van het hout.
De Parenchymcellen of opslagcellen kunnen worden omschreven als een
tussenvorm van vaten en vezels en hun primaire functie is de opslag van
voedsel. Ze vormen de houtstralen die radiaal naar de verticale as van
de boom lopen.
De stralen zijn in sommige houtsoorten erg uitgesproken, zoals de brede
houtstralen van Europees Eiken (Quercus Robur), die het kwartiers
gezaagde hout zijn fraaie uiterlijk geven. Afhankelijk van het hout
kunnen stralen een tot veertig cellen breed zijn. Stralen kunnen ook de
zwakke plekken in hout zijn: bij het bewerken van het hout kunnen deze
splinteren, bi het drogen barsten en ze kunnen de houthakker helpen bij
het splijten van houtblokken.
Voorjaarshout en Najaarshout
Zoals de namen aangeven, wordt voorjaarshout vroeg in het groeiseizoen
gevormd en najaarshout later in het seizoen. Voorjaarshout is minder
compact en heeft grote, dunwandige cellen voor een goed transport van
sappen, terwijl najaarshout kleinere cellen heeft met dikkere wanden
die de boom stevigheid geven. Dit groeipatroon is kenmerkend voor bomen
in gematigde klimaatsgebieden met afzonderlijke seizoenen en
veroorzaakt de bekende jaarringen met verschillende dichtheid.
Poreus en niet-poreus hout
Deze begrippen kunnen verwarrend lijken. Ze verwijzen naar de plaatsing
van houtvaten op het kopse vlak, dwars op de lengteas gezaagd. het open
einde van het houtvat wordt een porie genoemd. omdat zachthout niet
veel houtvezels heeft, wordt het ook wel niet-poreus genoemd, terwijl
hardhout soms poreus wordt genoemd.
De gelijkmatigheid van de hardheid van hout hangt af van de
verspreiding van vezels en vaten en van hun aantal en afmetingen. Bij
sommige houtsoorten zoals essen, kastanje en eiken (fraxinus, Castanea,
Quercus) varieert dit, waarbij voorjaarshout meestal de grootste porien
heeft, Met een grove nerf en verschillende patronen en tekening als
gevolg. Dergelijk hout wordt ook ringporig genoemd. Hout als beuken,
berken en gewone esdoorn waarbij de porien gelijkmatig zijn verdeeld,
wordt echter diffuus-poreus genoemd. Semi- ringporig ten slotte is hout
met verschil in dichtheid tussen voorjaars- en najaarshout, zij het
minder uitgesproken, en er is geen duidelijke afbakening aanwezig.
Amerikaans zwart noten en wit noten zijn hier goede voorbeelden van.
Groeiringen en Leeftijd
De levensgeschiedenis vna een boom tekent zich af in de structuur van
het hout. Vooral wanneer de groei seizoensgebonden is, kan deze
duidelijk worden waargenomen door het patroon dat de groeiringen van de
boom vertonen. Langzaam groeiende bomen als buxus en taxus hebben vaak
smalle ringen, terwijl sneller groeiende bomen als bepaalde pijnbomen
en populieren altijd veel wijdere, bredere ringen hebben, tot 14mm per
jaar. Omgevingsfactoren zijn erg belangrijk voor de groei van een boom.
Bomen die vaker in een parkachtige omgeving staan dan in een bos hebben
de neiging meer te groeien, omdat er minder strijd is om water en
voedingsstoffen. De vruchtbaarheid van de bodem speelt ook een grote
rol. in gebieden met kortere groeiseizoenen, zoals het noordpoolgebied
of dicht bij de sneeuwgrens, hebben bomen meestal fijnere ringen. Het
is duidelijk dat bomen in perioden van droogte minder groeien dan in
natte jaren Ringen zijn bijna nooit concentrisch of gelijkmatig. De
ervaren boomdeskundige ziet aan de groeiringen of en wanneer de boom
door schimmels is aangevallen en of hij brandschade heeft opgelopen. De
ringen tonen ook perioden van sterke of zwakke groei en of bepaalde
delen ooit onder druk hebben gestaan.
In gematigde gebieden waar groei seizoensgebonden is, zijn de
groeiringen meestal duidelijk; een laag van minder dichte
voorjaarsgroei en een laag van dichtere najaarsgroei vormen de totale
jaarlijkse groei. De combinatie van deze twee lagen staat bekend als de
jaarring en hieraan kan met behulp van de dendrochronologie de leeftijd
van de boom worden afgeleid.
De Botanische benaming van hout
In de opslag- en werkplaats voor hout worden houtsoorten meestal met
hun gangbare of handelsnaam genoemd, zoals Esdoorn, eiken of grenen.
Dit is uitstekend voor alledaags gebruik, maar gangbare namen
verschillen van plaats tot plaats en er kan zo snel verwarring
ontstaan. Wat bijvoorbeeld in Belgie bekendstaat als vuren, kan in
Nederland ook zweeds vuren, gewone spar of fijnspar worden genoemd.
Daarom wordt voor een zeer precieze identificatie de botanische
classificatie gebruikt. Elke boomsoort heeft een botanische naam, zodat
iedereen, ongeacht zijn moedertaal, dezelfde Latijnse en Griekse
terminologie gebruikt voor een nauwkeurige identificatie. Dit systeem
werd in 1758 ontwikkeld door de Zweedse Botanicus Carl Linnaeus in zijn
Species Plantarium. Linnaeus wordt beschouwd als de grondlegger van de
moderne taxonomie, de studie van het indelen van planten en dieren in
verwante groepen binnen een groter systeem. Het systeem werkt als
volgt.
De hoogste taxonomische rang is een Rijk. Levende organismen worden of
in het dierenrijk of in het plantenrijk geplaatst. Dan gaat de
classificatie verder in: afdeling, klasse, orde, familie, geslacht en
soort. (tuinplanen kunnen overigens nog verder worden onderverdeeld in
ondersoorten en varieteiten.) Ter illustratie is hier de volledige
classificatie van de Europese Es hieronder afgebeeld.
Rijk Afdeling Klasse Orde Familie Geslacht Soort
Plant Spermatophyta Angiospermae Dicotyledonae Oleaceae Fraxinus Excelsior
Voor algemene doeleinden volstaan voor de houtbewerker de laatste drie
categorieen: familie, geslacht en soort. Bij het voorbeeld van de
Europese es is de familie de Oleaceae, het geslachtis Fraxinus en de
soort Excelsio. De Europese es krijgt dus de naam Faxinus excelsior,
maar de Amerikaanse es, die hetzelfde geslacht heeft maar een andere
soort is, wordt Fraxinus americana genoemd. Bij de naamgeving wordt dus
alleen het geslacht en de soort gebruikt, zoals over het algemeen bij
botanische namen, maar soms is het handig om ook de familie te kennen.
Bij wetenschappelijk gebruik staan het geslacht en de soort altijd
schuin gedrukt, het geslacht met hoofdletter, de soort zonder, en soms
wordt het geslacht afgekort om plaats te besparen, maar alleen als de
naam bij de eerste vermelding volledig is gegeven. De afkorting
Fraxinus betekent "diverse soorten van het geslacht Fraxinus".
Helaast worden botanische namen soms om de een of andere reden herzien,
met als gevolg dat sommige soorten meer dan een wetenschappelijk naam
hebben. De afkorting 'syn' (synoniem) staat voor een naam die niet meer
wetenschappelijk wordt gebruikt, maar nog wel in ouder of minder
geleerde contexten.
Spermatophyta
Spermatophyta zijn zaakplanten en er bestaan drie typen die houtachtig
materiaal produceren. Dit zijn de Gymnospermae, vooral coniferen die
naaktzadig zijn en die zachthout produceren, zoals lariks en hemlock,
en de twee orden van de angiospermae of bedektzadigen: de eenzaak
lobigen en tweezaadlobbigen.
De eenzaad lobbigen hebben een vruchtbeginsel, zoals bamboe, palm en rotan, en zijn slechts van beperkt belang voor de houtbewerker. De tweezaaklobbigen hebben twee vruchtbeginsels en hieronder valt onder andere hard loofhout als iepen en mahonie.
Hardhout en zachthout
Hoewel houtsoorten die worden aangeduid als zachthout vaak zachter zijn
dan soorten die worden aangeduid als hardhout, is dit slechts een
gedeeltelijke aanwijzing en kan het leken misleiden. De begrippen
zachthout en hardhout hebben meer te maken met de botanische orde,
naaktzadigen of bedektzadigen,dan met de dichtheid. Daardoor wordt het
lichtste handelshou, balsa, geordend als hardhout, terwijl een massieve
houtsoort als taxus tot de groep van zacht hout behoort.
Boshout
Hout voor de houthandel wordt uit drie elementaire bostypen gehaald:
- Naaldhout
- Gematigd Loofwoud
- Tropisch Loofwoud
Deze soorten komen echter niet altijd afgezonderd voor; sommige gebieden kennen diverse bostypen.
Zachthout komt grotendeels uit Naaldbossen van de arctische en subarctische gebieden op lagere geografische breedtes.
Gematigde hardhoutsoorten, zowel groenblijvende als loofverliezende
soorten, komen verspreid uit het noordelijke halfrond en gaan vaak over
in zachthoutbosgebeiden in de Noordelijkste omgevingen. Op het
zuidelijk halfrond komen gematigde hardhoutsoorten voor in Chili,
Nieuw-Zeeland en Australie.
Het grootste gedeelte van het tropisch hardhout, dat hoofdzakelijk
groenblijvend is, komt uit de regenwouden van Zuid- en Midden-Amerika,
Sub Sahara, Afrika en Zuidoost-Azie.
Hoewel we ons terecht veel zorgen blijven maken over de ontbossing in
tropische gebieden, is veel hout tegenwoordig afkomstig van duurzame
kap. Veel landen, waaronder Groot-Brittanie, de Verenigde Staten,
Canada en Zweden, hebben hun hoeveelheid bosgrond en houtvoorraden
behoorlijk uitgebreid. Zweden heeft nu twee keer zoveel blijvend hout
vergeleken met 1900. De Zweedse bossen leveren per jaar 100 miljoen
kubieke meter hout op, maar ongeveer 60 miljoen kubieke meter wordt
geveld. Hierdoor groeit de houtvoorraad jaarlijks met circa 31%.
Ongeveer hetzelfde geldt voor Canada. Canada heeft een jaarlijkse groei
van de houtvoorraad van circa 61 miljoen kubieke meter.
Drogen en Zagen van Houtdelen
Het drogen van hout is een ingewikkeld proces en is afhankelijk van de
houtsoort en het beoogde gebruik. De hoeveelheid hout, hoe het hout is
opgestapeld, het plaatselijke klimaat en de luchtvochtigheid hebben
allemaal invloed op het houtdrogingsproces. Hout wordt of in de
openlucht of in een droogkamer gedroogd. Soms ook is een combinatie van
beide mogelijk. Afhankelijk van de boomsoort en van de grootte kan de
stam in zijn geheel of in planken worden gedroogd.
Waarom wordt hout gedroogd?
Afgezien van enkele speciale vormen van houtbewerking wordt hout in
droge staat bewwerkt. Hiervoor zijn meerdere redenen. Droog hout is
aanmerkelijk steviger en weegt minder en is dus makkelijker te
handeren. Door het grootste gedeelte van het vocht uit het hout te
halen wordt het hout meestal veel minder gevoelig voor sapvlekken en
rotting.
Hout neemt door het drogen enorm in sterkte toe. De stijfheid, hardheid
en algemene sterkte kunnen met wel 55% toenemen ten opzichte van groen
hout.
Hoe droog is droog?
Ookal spreken we ove rhet drogen van hout, hout bevat nog steeds vocht
en kan ook nog steeds vocht opnemen na het drogen. Hout is
hygroscopisch, wat inhoud dat het altijd vocht kan opnemen en
afscheiden. De hoeveelheid vocht in een stuk hout, uitgedrukt in
Percentage van het gewicht het hout wanneer het volledig droog is,
wordt het vochtgehalte genoemd. Dit vochtgehalte (percentage) kan
varieren van veertig tot wel honderd negentig procent bij pas geveld
hout en moet tot een constant niveau worden verlaagd voor het hout kan
worden bewerkt. Een stuk kunstmatig gedoogd hout met een vochtgehalte
van twaalf procent hoeft echter niet in die staat te blijven. Het kan
nog verder uitdrogen als het in een droog, centraal verwarmde woonkamer
wordt gebruikt, of het kan vocht opnemen als het in een vochtige
omgeving wordt gebruikt. De gewenste droogte van het hout, hangt dus in
grote mate af van het beoogde gebruik. Als een meubelstuk van hout met
en vochtgehalte van vijftien procent in een warme, droge woonkamer
wordt gezet, zal het waarschijnlijk splijten. Als het vochtgehalte
echter tien procent zou zijn, is dat goed. Oppervlaktebehandelingen
kunnen ook de werking van het hout beinvloeden door vochtuitwisseling
tussen het hout en de omgeving af te remmen of tegen te houden.
Drogen in de openlucht
Bij hout dat in de openlucht is gedroogd, wordt het vochtpercentage
slechts verminderd tot een stabiel niveau van vijftien tot twintig
procent, afhankelijk van het klimaaten de luchtvochtigeheid. Als basis
regel geldt dat hardhout voor elke 25mm een jaar moet drogen en
zachthout half zo lang.
Houten planken moeten voorzichtig worden opgestapeld en afgescheiden
door neutrale niet-vlekkende houten latjes, zodat de lucht tussen de
planken kan circuleren. De latjes moeten verticaal staan zodat de
planken niet kunnen kromtrekken. De dikte van de latjes kan varieren,
afhandelijk vna de optimale droogtijd van een bepaalde soort. Als het
hout te snel wordt gedroogd, kan het barsten en scheuren, maar te
langzaam drogen kan bij sommige soorten rotting en verkleuring in de
hand werken.
De bovenkant van de droogstapel wordt meestal afgedekt tegen felle zon
en regen en wordt verzwaard, zodat het hout niet kan kromtrekken. De
zager houdt ook rekening met de meest voorkomende windrichting, zodat
de lucht tussen de planken beter kan circuleren.
Voor amateurs en hobbyisten die hun hout in kleine hoeveelheden willen
drogen, volstaat een afgedekte plek met open of half open wanden die
luchtcirculatie toelaten, maar het hout tegen regen en felle zon
beschermen.
Drogen in droogkamers
Deze manier van drogen is erg effectief, maar ingewikkeld. Er bestaan
verschillende droogschema's voor verschillende houtsoorten, en het
vochtgehalte kan zeer nauwkeurig worden bepaald. Hete lucht wordt de
droogkamer in geblazen of circuleert er met behulp van convectors. Het
is wel belangrijk dat het hout niet te snel droogt, waardoor de
kwaliteit achteruitgaat. Soms wordt er stoom aan de lucht in de
droogkamer toegevoegd om de snelheid van drogen te verlagen. Vaak wordt
hout eerst in de openlucht gedroogd tot het vochtgehalte twintig
procent procent bedraagt en dan pas wordt het verder gedroogt in een
droogkamer. Als het vochtgehalte nog maar tien procent bedraagt, wordt
het hout in een droge omgeving bewaard; anders zal het weer vocht
opnemen en terugkeren tot het normale niveau voor de omgeving met een
vochtgehalte van vijftien tot twintig procent.
Zagen
De boomstam kan op verschillende manieren tot planken worden gezaagd om
reststukken zoveel mogelijk te beperken en de beste stukken te
verkrijgen voor een bepaald doeleinde.
Opzagen;
Als een stam wordt opgezaagd in plaathout, wordt hij van begin tot eind
evenwijdig aan de lengteas gezaagd. Ht afval is minimaal. Maar de
planken hebben eerder de neiging tot krom trekken.
Langs of dosse gezaagd;
Bij deze manier wordt de stam grotendeels opgezaagd, alleen het
onstabiele hart van de boom wordt aan de raaklijn met de nerf
uitgezaagd.
Kwartiers gezaagd;
Bij het traditionee kwartiers zagen werd de stam radiaal vanuit het
hart opgezaagd, als de spaken van een wiel. Dit leverde zeer stevige
planken op, maar veel afval. Modern kwartiers gezaagd is een
tussenoplossing, waarbij de hoeveelheid afval beperkt is.
Roterend gezaagd;
deze zaagmethode wordt soms ook 'schillen'genoemd en hierbij wordt de
stam op een draaibank gezet en langs een scherp mes rondgedraaid. De
brede dunne lagen die hierdoor ontstaan, worden meestal vor triplex of
decoratief fineerhout gebruikt.
Radiale, tangentiale en kopse vlakken
De afgebeelding van de nerf in het afgewerkte houtoppervlak hangt af
van de ligging van dat oppervlak voor het in planken werd gezaagd. Er
kan een onderscheid worden gemaakt tussen het radiale vlak, loodrecht
op de jaarringen gezaagd, het tangentiale vlak, aan de raaklijn met de
jaarringen gezaagd en het kopse vlak, of dwarsvlak, dwars door de
nerven heen gezaagd.
Klik hier voor algemene info Vloeren Leggen en Afwerken
- Bonkonko Antiaris Africana
- Hollands Iepen Ulmus Hollandica
- Ruw Iepen Ulmus Glabra
- Amerikaans Iepen Ulmus Americana
- Avodire Turraeanthus Africanus
- Western Hemlock Tsuga Heterophylla
- Abechi Triplochiton Scleroxylon
- Linden Tilia Vulgaris
- Amerikaans Linden Tilia Americana
- Makore Tieghemella Heckelii
- Western Red Cedar Thuja Plicata
- Thuya Wortelhout Tetraclinis Articulata
- Limba Terminalia Superba
- Indisch Laurier Terminalia Alata
- Teak Tectona Grandis
- Taxus Baccata
- Moerascipres Taxodium Distichum
- Engels Iepen Ulnus Procera
- Canadees Iepen Ulmus Thomasii
- Bomanga Brachystegia Laurentii
- Bodo Detaruim Senegalense
- Blue Gum Eucalyptus Globulus
- Bintangor Calophyllum Inophyllum
- Basralocus Dicorynia Guianensis
- Balau Shorea Atrivernosa
- Azijnhout Quercus ilex
- Aniegre Aningeria Robusta
- Angelim Vermelho Dinizia Excelsa
- Alone Rhodognaphalon Brevicuspe
- Alerce Fitzroya Cupressoides
- Abarco Cariniana Brasiliensis
- Abachi Triplochiton Scleroxylon
- Satijnhout Zanthoxylum Flavum
- Virola
- Californisch Laurier
- Surinaams Groenhart Tabebuia Serratifolia
- Primavera Tabebuia
- Europees Platanen Platanus Hybrida
- Weymouth Pinus Strobus
- Radiata Pine
- Letterhout Piratinera Guianensis
- Ponderosa Pine
- Southern Pine Pinus Palustris
- Witte Pijnboom Pinus Monticola
- Sugar Pine Pinus Lambertiana
- Lodgepole Pijnboom Pinus Contorta
- Sitka Spruce Picea Sitchensis
- Vuren Picea Abies
- Celery-Top Pine Phyllocladus Rhomboidalis
- Imbuia Phoebe Porosa
- Afrormosia Pericopsis Elata
- Oost Afrikaans Olijfhout Olea Hochstetteri
- Olijfhout Olea Europaea
- Vinhatico Plathymenia Reticulata
- Macacauba Plathymiscum Pinnatum
- Amerikaans Mahonie Swietenia Macrophylla
- White Lauan Shorea Contorta
- Sequoia Sempervirens
- Querbracho Schinopsis
- Sassafras Officinale
- Wilgen Salix
- Robinia Pseudoacacia
- Peren Pyrus Communis
- Koto Pterygota Bequaertii
- Amerikaans Kersen Prunus Serotina
- Kersen Prunus Avium
- Mesquite Prosopis Juliflora
- Aspen Populus Tremuloides
- Framire Terminalia Ivorensis
- Cottonwood Populus Deltoides
- Populieren Populus
- Stinkhout Ocotea Bullata
- Bruinhart Vouacapoua Americana
- Tali Erythrophleum Ivorense
- Naga Brachystegia Cynometroides
- Mutenye Guibourtia Arnoldiana
- Muninga Pterocarpus Angolensis
- Mukulungu Autranella Congolensis
- Mora Excelsa
- Moabi Baillonella Toxisperma
- Meranti Shorea Faguentiana
- Matoa Pometia Pinnata
- Matakki Symphonia Globulifera
- Massaranduba Manilkara Bidentata
- Manio Podocarpus Nubigenus
- Manbarklak Eschweilera Longipes
- Maho Couratari Fagifolia
- Limbali Gilbertiodendron Dewevrei
- Kwarie Vochysia Densiflora
- Krappa Carapa Guinanensis
- Niangon Heritiera Utilis
- Niove Staudtia Stipitata
- Tabaca Samanea Saman
- Sugi Cryptomeria Japonica
- Soemaroepa Simaruba Amara
- Sepetir Sindora
- Sen Kalopanax Pictus
- Sapupira Hymenolobium Excelsum
- Saligna Gum Eucalyptus Salinga
- Rubberwood Hevea Brasiliensis
- Rode Kabbes Andira Coriacea
- Quarubarana Erisma Uniciatum
- Purperhart Peltogyne Venosa
- Possentrie Hura Creptitans
- Podo Podocarpus Gracilior
- Okan Cylicodiscus Gabunensis
- Ogea Daniellia
- Nyatoh Payena
- Kosipo Entansrophragma Candollei
- Kopie Goupia Glabra
- Eyong Eribroma Oblonga
- Essia Petersianthus Macrocarpus
- Essessang Ricinodendron Heudelotii
- Esdoorn Acer Platanoides
- Elzen Alnus Glutinosa
- Durian Coelosegia
- Oregon Pine/Douglas
- Dennen Abies Alba
- Demerara Groenhart Ocotea Rodiaei
- Danta Nesogordonia Papaverifera
- Dabema Piptadeniastrum Africanum
- Cumaru Dipteryx Odorata
- Coigue Nothofagus Dombeyi
- Cocus Brya Buxifolia
- Cocospalm Cosos Nucifera
- Cedrorana Cedrelinga Catenaeformis
- Geronggang Cratoxylum Arborescens
- Giam Hopea Nutans
- Keruing Dipterocarpus
- Kempas Koompassia Malaccensis
- Kembang Semangkok Sacphium Affine
- Kauri Agathis Dammara
- Kastanje Castanea Sativa
- Kapur Dryobalanops Aromtica
- Kanda Beilschmieda Congolana
- Izombe Testulea Gebonensis
- Incense Cedar Calocedrus Decurrens
- Ilomba Pycnanthus Angolensis
- Igaganga Dacryodes
- Iepen Ulmus
- Hemlock Tsuga Heterophylla
- Frans Grenen Pinus Pinaster
- Europees Grenen
- Goncalo Alves Astronium Fraxinifolium
- Buxus Sempervirens
- Honduras Palissander Dalbergia Stevensonii
- Fuma Ceiba Pentandra
- Libanonceder Cedrus Libani
- Ceder Cedrela Fissilis
- Castano Castanospermum Australe
- Tamme Kastanje Castanea Sativa
- Amerikaanse Kastanje Castanea Dentata
- Hickory Carya
- Haagbeuken Carpinus Betulus
- Silky Oak Cardwellia Sublimis
- Degame Calycophyllum Candidissimum
- Jacareuba Calophyllum Brasiliense
- Pernambuco Ceasalpinia Echinata
- Buxus Sempervirens
- Muhuhu Brachyleana Hutchinsii
- Sucupira Bowdichia
- Europees Berken Betula Pendula
- Zwepenboom Celtis Occidentalis
- Coachwood Ceratopetalum Apetalum
- Cocobolo Dalbergia Retusa
- Rio Palissander Dalbergia Nigra
- Afrikaans Grenadille Dalbergia Melanoxylon
- Indisch Palissander Dalbergia Latifolia
- Bahia Rozenhout Dalbergia Frutescens
- Palissander Dalbergia Cearensis
- Rimu Dacrydium Cupressinum
- Amerikaans Kornoelje Cornus Florida
- Freijo Cordia Goeldiana
- Ziricote Cordia Dodecandra
- Satijnhout Chloroxylon Swietenia
- Iroko Chlorophora Excelsa
- Demerara Groenhart Chlorocardium Rodiaei
- Atlantic White Cedar, Chamaecyparis Thyoides
- Alaskaceder Chamaecyparis Nootkatensis
- Port Orford Cedar
- Papierberken Betula Papyrifera
- Amerikaans Berken Betula Alleghaniensis
- Red Alder Alnus Rubra
- Elzen Alnus Glutinosa
- Albizia Lebbeck
- Kauri Agathis
- Afzelia Leguminosae
- Paarde Kastanje Aesculus Hippocastanum
- Suiker Esdoorn A Nigrum
- Witte Esdoorn Acer Rubrum A. Saccharinum
- Gewone Esdoorn Acer Pseudoplatanus
- Japanse Esdoorn Acer Palmatum A. Mono
- Vederesdoorn Acer Negundo
- Veldesdoorn Acer Campestre
- Australische Acacia Melanoxylon
- Koa Acacia Koa
- Hout Informatie Woordenlijst
- Ebben Diospyros
- Amburana Cearensis
- Lati Amphimas Pterocarpioides
- Pau Marfim Balfourodendron Riedelianum
- Rhodesian Teak Baikiaea Plurijuga
- Tatajuba Bagassa Guiaensis
- Okoume Aucoumea Klaineana
- Goncalo Alves Astronium Fraxinifolium
- Peroba Rosa Aspidosperma
- Madrona Arbutus Menziesii
- Araucaria Cunninghamii
- Parana Pine Araucaria Angustifolia
- Mersawa Anisoptera Laevis
- Europees Grenen Pinus Sylvestris
- Amerikaans Rood Eiken Quercus Rubra
- Amerikaans Wit Eiken Quercus Alba
- Europees Eiken Quercus Robur
- Japans Eiken Quercus Mongolica
- Rode Kabbes Andira Inermis
- Persimmon Diospyros Virginiana
- Coromandel Diospyros Celebica
- Balsa Ochroma Pyramidale
- Satijnnoten Liquidambar Styraciflua
- Pukatea Laurelia Novae-zelandiae
- Amerikaans Lariks Larix Occidentalis
- Japans Lariks Larix Kaempferi
- Europees Lariks Larix Decidua
- Huon Pine Lagarostrobos Franklinii
- Gouden Regen Laburnum Anagyroides
- Rewarewa Knightia Excelsa
- Khaya Ivorensis
- Virginisch Ceder Juniperus Virginiana
- Noten Juglans Regia
- Amerikaas Noten Juglans Nigra
- Wit Noten Juglans Cinerea
- Merbau Intsia Bijuga
- Hulst Ilex
- Locus Hymenaea Courbaril
- Tulpenboomhout Liriodendron Tulipifera
- Mangeao Litsea Calicaris
- Silver Beech Nothofagus Menziesii
- Red Beech Nothofagus Fusca
- Myrtle Nothofagus Cunninghamii
- Bilinga Nauclea Diderrichii
- Abura Mitragyna Ciliata
- Panga Panga Millettia Stuhlmannii
- Wenge Millettia Laurentii
- Rata Metrosideros Robusta
- Mansonia Altissima
- Appel Malus Sylvestris
- Magnolia Grandiflora
- Osage-Doorn Maclura Pomifera
- Jacaranda Pardo Machaerium Villosum
- Dibetou Lovoa Trichiliodes
- Azobe Lophira Alata
- Bollywood Litsea Glutinosa
- Mengkulang Heritiera Javanica
- Ovangkol Guibourtia Ehie
- Zebrano Microberlinia Brazzavillensis
- Rode Gomboom Eucalyptus Camaldulensis
- Guanacaste Entrelolobium Cyclocarpum
- Sipo Entandrophragma Utile
- Sapeli Entandrophragma Cylidricum
- Tiama Entandrophragma Angolense
- Queensland Endrianda Palmerstonii
- Movingui Distemonanthus Benthamnianus
- White Seraya Parashorea Malaanonan
- Wane Ocotea Rubra
- Wamba Tessmannia Africana
- Walaba Eperua Falcata
- Vera Pok Bulnesia Arborea
- Tepa Laurelia Phillippiana
- Tchitola Oxystigma Oxyphyllum
- Tasua Amoora Cucullata
- Citroeneucalyptus Maculata Of Citrodora
- Tasmaans Eiken Eucalyptus Delegatensis
- Bubinga Guibourtia Demeusei
- Bubinga Guibourtia Demeusei
- Pokhout Guaiacum Officinale
- Zapatero Gossypiospesmum Praecox
- Tola Branca Gossweilerodendron Balsamiferum
- Ramin Gonystylus Macropyllum
- Japans Essen Fraxinus Mandschurica
- Essen Fraxinus Excelsior
- Amerikaans Essen Fraxinus Americana
- Silver Ash Flindersia Schottiana
- Queensland Maple Flindersia Brayleyana
- Beuken Fagus Sylvatica
- Amerikaans Beuken Fagus Grandifolia
- Autralian Red Mahogany Eucalyptus Resinifera
- Jarrah Eucalyptus Marginata
- Karri Eucalyptus Diversicolor
- Jelutong Dyera Costulata




